English en Menu

Begin dit jaar presenteerde Wageningen Universiteit het rapport ‘Een natuurlijke toekomst voor Nederland in 2120’. Hierin schetst de universiteit een beeld geschetst van hoe Nederland over een eeuw eruit kan zien, door meer met de natuur te werken en gebruik te maken van de ecologische veerkracht. Het onderzoek naar Building with Nature in de Westerschelde, dat student Kasper de Vaan de afgelopen maanden uitvoeren, bouwt voort op dit idee. Hij onderzocht de mogelijkheden hiervoor binnen de zuidwestelijke delta, om ‘verdrinking’ van dit gebied te stoppen. Welke Building with Nature methoden zijn toepasbaar in de zuidwestelijke delta?

Kasper de Vaan deed zijn onderzoek tijdens een stage bij EcoShape en Van Oord, vanuit zijn master Marine Sciences in Utrecht. ‘Tijdens mijn master heb ik me vooral gericht op oceanen. Maar mijn interessegebied blijft toch de kustzone, de plek waar de gevolgen van klimaatverandering het grootst zullen zijn. Via een medestudent hoorde ik over Building with Nature. Daar ben ik ingedoken en ik zag de toegevoegde waarde daarvan.’

Wisselpolders

Voordat hij met zijn stage startte, schreef hij zijn scriptie bij het NIOZ met als begeleiders Tjeerd Bouma en Jim van Velzen. ‘Bij de bepaling van het onderwerp kwamen we uit op onderzoek naar wisselpolders in de Westerschelde. Een wisselpolder is een binnendijks gebied waar je getijdenwerking in laten komen. Daardoor treedt sedimentatie op. Na enkele decennia is het gebied dan opgehoogd tot gemiddeld hoogwater. De dijk kan dan weer dichtgemaakt worden en is weer bruikbaar voor landbouw.’

Westerschelde

‘Voor de Westerschelde heb ik onderzoek gedaan naar de effectiviteit van wisselpolders om het effect van een stormvloed te dempen. Ik heb daarvoor een model in Python gemaakt. Hoe zou het werken als er een storm is? Wat gebeurt met de waterstand in de polders en estuarium? Uit het model bleek dat je heel veel polders nodig hebt om de stormvloed te dempen. Conclusie: met 1 oplossing kom je er niet. Dus ik heb in mijn aanbeveling gezet dat je een complete systeemaanpak moet maken. Er zijn meerdere Building with Nature toepassingen om elke locatie tegen het water te beschermen.’

Na zijn scriptie bleef de interesse voor de Zuidwestelijke Delta en voor Building with Nature. Kasper: ‘Voor mijn stage heb ik Van Oord aangeschreven. Zij werken aan mooie projecten en doen interessante samenwerkingen. Ik wilde graag aan een project meewerken. Zo ben ik met Jurre de Vries in contact gekomen. Hij organiseert samen met Erik van Eekelen Building with Nature-workshops binnen Van Oord en hij werkt samen met Joost Stronkhorst van de Hogeschool Zeeland. Samen kwamen we op een stageopdracht: Een verkenning naar de grootschalige mogelijkheden van building with nature in de Zuidwestelijke Delta.’

Selectie van oplossingen

Via een literatuuronderzoek over de recente geschiedenis van de Zuidwestelijke Delta en bestudering van de Building with Nature Guidelines bracht Kasper de mogelijkheden voor dit gebied in kaart. Niet alleen technisch, maar ook sociaaleconomisch. Kasper: ‘De getijde stroming in de Westerschelde is erg sterk, door deze te verlagen kan verdere erosie beperkt worden en/of sedimentatie vergroot worden op de platen. Een oplossing om de dynamiek te verlagen is door het estuarium te verbreden. Echter, dit betekent dat er land op gegeven moet worden. Het opgeven van land is lang niet overal mogelijk en/of wenselijk, het is dus essentieel om de wensen van de bewoners hierin mee te nemen. Uit de beschikbare mogelijkheden heb ik methodes geselecteerd die bijdragen aan vasthouden van sediment, omdat deze delta ‘verdrinkt’. Dat willen we voorkomen. Een ander selectiecriterium was de toepasbaarheid op de grens van water en land, zodat ze ook bijdragen aan hoogwaterveiligheid. Het derde selectiecriterium was toepasbaarheid op korte termijn, dat wil zeggen in de periode tot 2050.'

‘Ik heb daarom zandsuppleties, oesterbanken en wisselpolders onderzocht, zowel voor de Wester- als de Oosterschelde. Daarvoor heb ik geschiktheidskaarten gemaakt in GIS aan de hand van vooraf vastgestelde criteria. De kaarten geven met name aan welke gebieden geschikt zijn o.b.v. fysische criteria. Ook het effect van verzilting heb ik meegenomen, maar dat heeft nog nader onderzoek nodig. De gewenstheid van een oplossing had ik nog niet meegenomen.’

Stakeholders

Tijdens een virtuele brainstormsessie met stakeholders kwam naar voren: wisselpolders gaan veel weerstand oproepen. ‘Het moet bottom up uitgewerkt worden, door vanuit pilots werken bijvoorbeeld.’ De deelnemers aan de workshop waren Rijkswaterstaat, Deltares, NIOZ, EcoShape, Van Oord en Hogeschool Zeeland. ‘Tijdens de workshop hebben we de kaarten en de gebruikte criteria besproken In groepjes bespraken we vervolgens per methode de uitdagingen en mogelijke samenwerkingen. En niet onbelangrijk: hoe past huidige beleidsagenda?’

Uit de workshop bleek dat zandsuppleties de meest haalbare oplossing was, gevolgd door oesterbanken, alhoewel de werking daarvan nog enigszins onzeker is. Minder kansrijk bleek de wisselpolder, vanwege het beperkte draagvlak dat onder bevolking verwacht werd. Nog een uitkomst: de online omgeving ‘Storymaps’ bleek een goede omgeving om dit soort plannen te visualiseren en presenteren.

Voorbeeld van Wisselpolder

FIGUUR VAN: Klimaatbestendige dijken: het concept wisselpolders (2013) Mesel, I.G. de; Ysebaert, T.; Kamermans, P.